Brieven Thuring toch openbaar

De waarschuwingsbrief van burgemeester Ravestein aan raadslid John Thuring over het feit dat hij niet voldoet aan de wettelijke eisen voor het raadslidmaatschap, en de reactie van Thuring op die waarschuwing, zijn donderdagavond laat alsnog openbaar gemaakt. De gemeenteraad stemde aan het eind van de openbare raadsvergadering in met een voorstel hierover van fractievoorzitter Marieke van Bijnen van de PvdA.

Van Bijnen vond dat de brief van de burgemeester openbaar gemaakt kon worden, zodat de inwoners zelf zouden kunnen lezen op grond waarvan de raad eerder op de avond had geoordeeld dat Thuring inderdaad geen ingezetene van de gemeente meer is.

De gemeenteraad stemde er na enig beraad unaniem mee in om de brieven alsnog openbaar te maken. Thuring zelf had al in het besloten deel van de vergadering aangegeven dat hij alles in de openbaarheid zou willen. Ook Gemeentebelangen stemde daarom in met het publiceren van de brieven.

Argumenten

In haar waarschuwingsbrief van 3 oktober aan John Thuring somde burgemeester Ravestein de argumenten op, op grond waarvan ze had geconstateerd dat Thuring geen ingezetene meer is van de gemeente Pijnacker-Nootdorp. Ze refereerde onder meer aan de gesprekken die ze met het raadslid over de kwestie had gevoerd. In het eerste gesprek, op 8 september, had Thuring volgens haar gezegd dat hij sinds 7 maart staat ingeschreven op het adres van zijn broer in Pijnacker, ‘om zo te voldoen aan de vereiste van het ingezetenschap’. In een later gesprek, op 15 september, had Thuring aangeven dat hij sinds maart 2017 1 à 2 nachten per week op het adres in Pijnacker-Nootdorp verblijft, en dat hij vanaf dat moment daar vijf dagen per week zou gaan verblijven. 

De burgemeester wees er in de brief ook op dat Thuring geen mede-eigenaar of huurder is van een woning in Pijnacker-Nootdorp. Ook benoemde Ravestein in de brief dat Thuring niet de intentie heeft om zich weer te vestigen in Pijnacker-Nootdorp. Ze concludeerde onder meer: “Het ligt voor de hand dat u in uw huis in Voorburg overnacht gedurende het grootste deel van de week en in die periode ook met vrouw en kind samenwoont.”

Woedend

John Thuring reageerde twee dagen na ontvangst van de waarschuwing met een woedende brief aan de voorzitter van de raad. Hij noemt de waarschuwing van de burgemeester ‘een opsomming van aannames en niet onderbouwde stellingen’: “Het heeft er alle schijn van dat er naar een door u gewenste conclusie toe is geredeneerd”. Ook vond Thuring de juridische basis ‘flinterdun en daardoor een gemeente onwaardig’.

Thuring wees er in zijn reactie op dat volgens de gemeentewet iemand die in de Basisregistratie Personen is ingeschreven, daadwerkelijk in de gemeente woont. ‘Ik concludeer dat ik aan alle eisen die de wet aan het raadslidmaatschap stelt, voldoe. Los van het feit dat het op mij wel van toepassing is, heeft u voor de door u ingebrachte extra eis van een werkelijke woonplaats geen wettelijke basis.” Volgens Thuring voert uit de wet voort dat de burgemeester het tegendeel onomstotelijk dient te bewijzen, als ze daaraan twijfelt.

Wie bent u om voor
mij uit te maken wat
er voor de hand ligt?

In haar brief had Ravestein verwezen naar een interview met de zoon van Thuring, die in de pers had aangegeven dat Thuring af en toe bij zijn broer verblijft, omdat dat makkelijker is voor zijn werk. Thuring noemde het in zijn reactie ‘werkelijk beneden alle peil’ dat de burgemeester een telefoongesprek van een journalist, ‘die onder valse voorwendsels met mijn zoon belt, denkt te moeten en kunnen gebruiken als bewijsmiddel’.

In zijn reactie sprak het raadslid de burgemeester enkele keren persoonlijk aan. “Hoe durft u mijn gezondheidstoestand in twijfel te trekken en te suggereren dat ik deze misbruik om onder regelgeving uit te komen”, schreef hij. En ook: “Wie bent u om voor mij uit te maken wat er voor de hand ligt met betrekking tot de plaats waar ik zou overnachten.”

Waarschuwingsbrief van de voorzitter van de raad aan Thuring, 3 oktober 2017

Reactie van Thuring  aan de burgemeester op de waarschuwing, 5 oktober 2017

John Thuring (Gemeentebelangen, derde van links) gaat in beroep bij de Raad van State tegen het besluit dat hij niet meer in de raad mag zitten.

 

 

 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *