Houtstook ook in hoger beroep afgewezen

BW Stook wilde aan de Molenlaan in Pijnacker een houtstookinstallatie vestigen. Veel omwonenden vreesden milieuoverlast.

Het doek is definitief gevallen voor de plannen van enkele Pijnackerse ondernemers om aan de Molenlaan een houtstookinstallatie te vestigen, die gevoed zou worden met biomassa. De afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State heeft de uitspraak van de rechtbank in Den Haag bevestigd, die oordeelde dat het college van B & W terecht de verleende omgevingsvergunning heeft ingetrokken.

De initiatiefnemers en hun onderneming BW Stook waren bij de Raad van State in beroep gegaan tegen de uitspraak van de rechtbank. Maar de afdeling Bestuursrechtspraak wijst dat beroep af, blijkt uit de uitspraak die woensdag werd gepubliceerd.

Tegen de voorgenomen bouw van de houtstookoven kwamen in het voorjaar van 2018 veel mensen in het geweer. Omwonenden maakten zich ernstig zorgen over de mogelijke geluidoverlast en de uitstoot van wat toen een ‘enorme biomassacentrale’ werd genoemd. Ook in de gemeenteraad ontstond veel commotie over het plan.

Strijdig met bestemmingsplan

Bij de commissie voor de bezwaarschriften werden de bezwaren door veel belanghebbenden toegelicht.

Na de vele bezwaren van omwonenden en andere belanghebbenden trok het college van B & W in augustus 2018 alsnog de vergunning in. Dat gebeurde na een advies van de commissie voor de bezwaarschriften, die tot de conclusie kwam dat de bouw van de installatie strijdig was met het bestemmingsplan.

Zo hadden de initiatiefnemers niet aannemelijk gemaakt dat de opgewekte energie uitsluitend gebruikt zou worden voor het tuinbouwbedrijf Solanahof, waarbij de installatie gevestigd zou worden. BW Stook was een zelfstandige onderneming, zonder verbindingen met het tuinbouwbedrijf, vond de commissie.

De rechtbank en nu dus ook de Raad van State kwamen tot dezelfde conclusie. Uit de uitspraak blijkt dat er volgens de afdeling Bestuursrechtspraak meer aanwijzingen zijn dat BW Stook ook energie wil leveren aan andere afnemers dan alleen het tuinbouwbedrijf.

De initiatiefnemers hadden betoogd dat de verbrandingsinstallatie zou worden gebouwd als vervanging van twee gasgestookte wkk-installaties, die buiten gebruik zouden worden gesteld omdat ze niet meer aan de milieueisen voldoen. Maar uit de aanvraag blijkt dat de houtstookoven een veel grotere capaciteit zou krijgen dan de wkk’s, en ook zijn de gasgestookte installaties inmiddels gemoderniseerd, zodat ze niet vervangen hoeven worden.

Veel omissies

De uitspraak van woensdag is tot tevredenheid van Carlo Schrier, deskundige op het gebied van installatietechniek en een van de vele indieners van bezwaarschriften tegen de houtstookoven. Schrier heeft zich van het begin tot het einde vastgebeten in de zaak. Hij wees bij de commissie voor de bezwaarschriften en later in de zittingen bij de rechtbank en de Raad van State op veel omissies in de aanvraag van de vergunning voor de installatie.

Tijdens de behandeling van het hoger beroep bij de afdeling rechtspraak van de Raad van State werd het hem gaandeweg wel duidelijk dat de initiatiefnemers ook hier geen voet aan de grond zouden krijgen, zei hij woensdag na de uitspraak. “Ze hebben mij wel denigrerend een lassertje genoemd, maar dit is mijn werk, dit doe ik elke dag. En in dit soort zaken bijt ik me vast.”

Milieubezwaren

Bijzonder is wel dat de vele bezwaren die door omwonenden tegen de plannen waren ingediend over mogelijke milieuproblemen zoals geluidoverlast en luchtvervuiling, in de gedingen bij de rechtbank en de afdeling Bestuursrecht van de Raad van State nauwelijks een rol hebben gespeeld. De vestiging van de houtstookoven was strijdig met het bestemmingsplan; op grond daarvan was de vergunning door de gemeente terecht geweigerd, oordeelden de rechters. De milieubezwaren van de omwonenden hoefden daarom niet meer te worden meegewogen.

Het is echter een feit dat de vele bezwaren die bij de gemeentelijke commissie voor de bezwaarschriften waren ingediend, de zaak wel aan het rollen hebben gebracht, zoals Joke Rust opmerkte naar aanleiding van de eerste versie van dit artikel. Zonder al die bezwaren zou de commissie niet zijn ingeschakeld en zou de gemeente de al verleende vergunning vermoedelijk niet hebben ingetrokken.

Een reactie op “Houtstook ook in hoger beroep afgewezen”
  1. Toch vind ik het lastig dat de reden voor intrekking niet de gezondheid van de omwonenden is maar een mogelijk ongewenste toepassing van de hele installatie. Je zou aannemen dat een ondernemer moet kunnen ondernemen met de beperking dat hij geen milieu en gezondheidsschade veroorzaakt, niet dat hij probeert geld te verdienen. En dat hier schade aan mens, dier en omgeving zou ontstaan staat als een paal boven water.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *