Ootmarsum eert Ben Horsthuis

Ben Horsthuis aan het werk.

Vrijwel iedereen van boven de vijftig die in Pijnacker woonde of nog steeds woont, kent de vroegere illustrator Ben Horsthuis nog. De tekenaar en schilder, die het grootste deel van zijn leven woonde aan de Kerkweg in Pijnacker, overleed daar in 1998 op tachtigjarige leeftijd. Maar de herinnering aan hem is in het dorp levendig gebleven.

Heel anders is dat op de plek waar hij in 1918 werd geboren: Oud-Ootmarsum. Er is in dat Twentse stadje, tegenwoordig onderdeel van de gemeente Dinkelland, haast niemand meer die iets van hem weet. Maar daar komt verandering in. Vanaf februari volgend jaar maakt men daar opnieuw kennis met de begaafde oud-inwoner. In het Educatorium, het schoolmuseum in Ootmarsum, is van 1 februari tot aan het eind van volgend jaar een prachtige overzichtstentoonstelling te zien met werk van de illustrator.

Herontdekt

Dat in Ootmarsum haast niemand van zijn bestaan afwist is opmerkelijk. En nog opmerkelijker is het dat hij daar nu is herontdekt. José Temmink, gepensioneerd onderwijzer en als vrijwilliger betrokken bij het schoolmuseum, hoorde bij toeval de naam van Ben Horsthuis. “Het is een bijzonder verhaal”, vertelt José. “In het museum is dit jaar een tentoonstelling van oude schoolplaten van Jetses en Isings, platen die vroeger haast overal in de klas hingen. Ik werd aangesproken door een bezoekster die vertelde dat haar moeder, die ook in Oud-Ootmarsum woonde, Ben Horsthuis had gekend en dat die ook veel schoolplaten had getekend. Ben was haar buurjongetje en schoolvriendje: ze zaten samen op de lagere school in dezelfde klas, toevallig ook nog bij de vader van Ben, die daar onderwijzer was.”

Ook toen al kon Ben goed tekenen, maar in rekenen was hij niet zo best, hoorde José van de bezoekster. Maar haar moeder juist wel, en díe kon nou juist niet goed tekenen. Dus wisselden Ben en zij geregeld schriftjes uit. Ben kreeg de sommen die zijn klasgenootje maakte en die kon op haar beurt na de tekenles tekeningen bij de meester inleveren die eigenlijk door Ben waren gemaakt.

Depot

José Temmink was gefascineerd door het verhaal en was ook nieuwsgierig wat er geworden was van die jonge Ootmarsummer die zo goed had kunnen tekenen. “Ik ben her en der gaan vragen, maar niemand wist er iets van. Na wat speurwerk kwam ik er achter dat er in het depot van het schoolmuseum nog allerlei werk van hem was opgeslagen waar nooit meer iemand naar omkeek. En toen ik verder ging zoeken stuitte ik meteen op al het mooie werk dat hij gedurende zijn hele leven heeft gemaakt, niet alleen die schoolplaten, maar ook de illustraties bij veertig lesmethodes die jarenlang op school zijn gebruikt. Toen was het plan snel gemaakt: als je uit eigen gelederen iemand hebt die zoveel heeft getekend en achtergelaten, dan moet je daar als museum natuurlijk aandacht besteden!”

Op zoek naar informatie over de geboren Ootmarsummer liep het spoor snel naar Pijnacker, waar de illustrator immers het grootste deel van zijn leven heeft gewoond en gewerkt. Daar had hij vlak voor het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog via een oom een baan als ambtenaar in Pijnacker gekregen, waar hij tijdens de oorlog betrokken raakte bij het verzet. Uiteindelijk moest hij vanwege zijn verzetswerk onderduiken. 

Veel materiaal

Temmink kwam in contact met Pijnackenaar Erik Bevaart, een volle neef van Horsthuis en ook met het Historisch Genootschap Oud-Pijnacker, dat over veel materiaal van en over Horsthuis beschikt. Zij konden veel informatie geven over het werk van de begaafde illustrator. En al speurend kwam er veel materiaal beschikbaar, dat straks samen een prachtige overzichtstentoonstelling zal opleveren over het werk van Ben Horsthuis.

“Het is echt heel indrukwekkend wat die man allemaal heeft getekend en geschilderd”, zegt José. “Zijn schoolplaten zijn niet zo bekend als die van Jetses en Isings, misschien omdat ze vooral bedoeld waren voor katholieke scholen, om de kinderen op die manier vertrouwd te maken met de Bijbel. Maar ook veel protestantse scholen maakten gebruik van zijn schoolplaten en uiteindelijk zijn ze zelfs wereldwijd verspreid.”

Veel breder

Maar het werk van Horsthuis was veel breder. Hij illustreerde honderden boeken, maakte 1200 boekomslagen, tekende striptekeningen voor kranten en tijdschriften, waaronder de Pijnackerse Telstar, schitterende historische prenten, politieke tekeningen en nog veel meer. “Enkele boeken die hij illustreerde hebben we straks ook op de tentoonstelling. Omdat het natuurlijk niet te doen is om bezoekers die boeken door te laten bladeren hebben we ze grotendeels gedigitaliseerd. Op die manier is ook dat werk via enkele beeldschermen te bekijken.”

Nog even geduld dus: vanaf 1 februari 2022 is de tentoonstelling in het Twentse museum te bekijken. Het schoolmuseum, dat is gevestigd in twee oude huisjes die aan elkaar zijn gekoppeld, is ook los van de tentoonstelling een bezoek waard. Er worden geregeld lessen gegeven in een nagebouwd historisch schoolklasje, waarin nog wordt onderwezen zoals dat vroeger gebeurde. Je moet dus wel rijtjes en tafels opzeggen en canons zingen, laat José weten. En doe je niet je best, dan mag je even in de hoek staan.

De schoolplaten van Horsthuis waren vooral Bijbelse voorstellingen, die over de hele wereld zijn verspreid.
Tot zijn oeuvre behoren ook honderden boekillustraties en -omslagen.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *