Raad moet beslissen over John Thuring

De gemeenteraad beslist donderdag in een besloten vergadering of John Thuring lid van de raad kan blijven of niet.

De gemeenteraad van Pijnacker-Nootdorp komt donderdagavond voorafgaand aan de reguliere raadsvergadering in een besloten vergadering bijeen om een oordeel te vellen over de vraag of raadslid John Thuring (Gemeentebelangen) daadwerkelijk ingezetene van de gemeente is of niet. Van dat oordeel hangt af of Thuring tot aan het eind van de huidige zittingsperiode in de gemeenteraad kan blijven. 

Het raadslid kocht begin dit jaar een woning in Voorburg. Zijn gezin woont daar sinds februari. Thuring zelf heeft voorlopig onderdak gevonden in de woning van zijn broer in Pijnacker, waar hij naar eigen zeggen het grootste deel van de week verblijft. In het weekend voegt hij zich bij zijn vrouw in de nieuwe woning.

Volgens de Gemeentewet moet een raadslid daadwerkelijk in de gemeente wonen. Een inschrijving in de gemeentelijke basisadministratie toont dit in principe voldoende aan, tenzij er bewijs van het tegendeel is. Ook in de Kieswet staat het een en ander over het ingezetenschap. In deze wet is bepaald dat het lidmaatschap van een vertegenwoordigend orgaan stopt zodra onherroepelijk is komen vast te staan dat aan ‘een van de vereisten’ voor het lidmaatschap niet wordt voldaan. Dat gaat in dit geval dus over het ingezetenschap.

John Thuring (Gemeentebelangen)

Niet gemeld

Of Thuring feitelijk zelf in Pijnacker-Nootdorp woont is dus cruciaal. Daarnaast speelt nog een andere kwestie. Artikel X 1 van de Kieswet bepaalt dat een raadslid het aan de gemeenteraad moet melden als hij niet meer aan de vereisten van het raadslidmaatschap voldoet. Dat laatste heeft het GB-raadslid niet gedaan. Ook zijn eigen fractie stelde hij niet direct op de hoogte van zijn veranderde woonsituatie. Wettelijk gezien hoefde hij dat ook niet te doen. Hij is immers nooit in Voorburg ingeschreven geweest en bleef dus naar zijn overtuiging ingezetene van Pijnacker-Nootdorp.

Ingevolge de Kieswet moet de voorzitter van de raad, de burgemeester dus, het raadslid een schriftelijke waarschuwing sturen als de voorzitter van oordeel is dat het raadslid niet aan de voorwaarden voor het raadslidmaatschap voldoet. Die formele waarschuwing is in het geval van John Thuring begin oktober door burgemeester Francisca Ravestein gestuurd. Thuring heeft deze waarschuwing niet geaccepteerd, en daarom moet nu de gemeenteraad een uitspraak doen over de vraag of de waarschuwing van de voorzitter terecht was of niet.

Die afweging moet de gemeenteraad dus vanavond maken. Bepalend daarbij zal zijn of Thuring zijn collega-raadsleden ervan kan overtuigen dat hij werkelijk het grootste deel van de week in Pijnacker-Nootdorp verblijft en dus terecht ingezetene van de gemeente is.

Raad van State

Als de gemeenteraad vanavond zou besluiten dat Thuring inderdaad geen lid meer van de raad kan blijven, dan kan deze tegen dit besluit in beroep gaan bij de Raad van State. Dit orgaan velt dan binnen zes weken een definitief oordeel. In de tussentijd kan het raadslid nog wel lid van de raad blijven.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *