Onzekerheid voor standplaatshouders

De bloemenstand van Michael Habets staat in elk geval nog tot februari bij bedrijvenpark Oostambacht.

Een gedreven ondernemer, zo kun je Michael Habets zeker noemen. Elke woensdag en vrijdag is hij met zijn bloemenstand te vinden bij het bedrijvenpark Oostambacht in Nootdorp, schuin tegenover het tunneltje richting Heron. In de bloemen zit hij al negen jaar; hij begon toen hij vijftien jaar oud was. “Ik kan heel slecht leren, ik ben zwaar dyslectisch”, legt hij uit. “Ik heb wel netjes mijn MBO-diploma gehaald, maar daarna heb ik meteen tegen mijn ouders gezegd: het is klaar.”

Hoe hij toen op het idee kwam om bloemen te gaan verkopen is niet helemaal helder: dat had hij in elk geval niet van huis-uit meegekregen. Maar zijn ouders steunden hem er wel meteen bij. Het zelfstandig ondernemerschap zit wel in de familie: zijn vader heeft ook een eigen bedrijf en zijn oom is nog een van de laatste melkboeren in den Haag, vertelt Michael. “En ik was vijftien, veel mensen wilden me helpen, mijn gunfactor was honderd procent, dus het ging!”

De kwekers weten het langzamerhand wel, ik ben een zeiker

Dat hij door zijn dyslexie geen uitgebreide opleiding heeft gevolgd, heeft hem niet gehinderd om succesvol te worden als ondernemer in de bloemen. Michael denkt zelf dat dat vooral komt omdat hij ‘een zeiker’ is, zoals hij het zelf uitdrukt. En daarmee bedoelt hij dat hij geen concessies wil doen aan de producten die hij verkoopt. “De kwekers weten het langzamerhand wel: ik ben een zeiker, ik wil alleen maar goed spul en anders niet.” Hij wijst op de bloemen in zijn stand. “Dit heb ik vanmorgen ingekocht. Dat gaat vandaag naar de klanten en wat er overblijft gaat vanavond weg. Vrijdag koop ik opnieuw in voor die dag.”

Dat is dan ook precies de reden waarom hij geen winkel wil, maar zijn handel twee dagen per week vanaf deze standplaats drijft. “Ik heb een jaar lang een winkel gehad, maar dat is niks, dan kan ik de kwaliteit niet garanderen. Bloemen die je op woensdag in een winkel koopt, zijn vaak al op maandag aangeleverd en zijn dan al de donderdag of vrijdag daarvoor door de kwekers gesneden. Dat wil ik niet.”

Zijn klanten weten dat en komen graag. Van heinde en verre weten ze zijn verkooppunt in Nootdorp te vinden. Op woensdag kan hij het nog wel alleen af, maar op vrijdag komen er zoveel kopers dat er iemand bij moet om te helpen.

Nieuw beleid

Maar hoe dat in de toekomst gaat, dat is onzeker. De gemeente heeft hem laten weten dat hij in elk geval nog tot februari volgend jaar op deze plek zijn handel mag blijven drijven, maar hoe het daarna verder gaat is onduidelijk. Later dit jaar zal er een nieuw beleid moeten worden vastgesteld voor de toewijzing van standplaatsen. Volgens richtlijnen vanuit Brussel en door verschillende uitspraken van de Raad van State mag een gemeente geen permanente vergunningen meer afgeven.

De reden: vanuit het oogpunt van vrije concurrentie en het gelijkheidsbeginsel moeten ook andere gegadigden voor een standplaats de kans krijgen om mee te dingen naar zo’n plek. De gemeente mag een standplaats nog wel voor enkele jaren toewijzen, maar niet voor ‘buitensporig lange tijd’, aldus de richtlijnen. Een vergunning voor onbepaalde tijd kan dus helemaal niet meer.

Schaarse vergunningen

Voor Habets, maar ook voor de andere handelaren met een standplaats in de gemeente, betekent dat dus dat andere ondernemers in de toekomst de kans moeten krijgen om mee te dingen naar hun plek. Dat geldt niet alleen voor standplaatsen, maar voor alle zogenaamde schaarse vergunningen. Dat zijn vergunningen voor diensten waarvoor meer gegadigden zijn dan er plekken beschikbaar zijn.

De fractie van Gemeentebelangen stelde onlangs al schriftelijke vragen aan het college van B & W over de kwestie. De casus van de bloemenman in Nootdorp werd daarbij als voorbeeld gebruikt. De fractie wilde onder meer weten waarom het na 9 jaar opeens onzeker zou zijn of de ondernemer in de toekomst nog een vergunning zou krijgen of niet.

Het college van B & W heeft naar aanleiding van de schriftelijke vragen laten weten dat er dit jaar nog niets zal veranderen, maar dat bij het schaarse vergunningenbeleid ‘een goed evenwicht moet worden gevonden tussen het doel van de Dienstenrichtlijn (vrije concurrentie) en de belangen van betrokken ondernemers.’

Na de zomer zullen B & W een besluit nemen over het nieuwe standplaatsenbeleid. Daarna gaat dit nieuwe beleid nog ‘ter informatie’ naar de raad, zo laat men desgevraagd op het gemeentekantoor weten.

Online

Voor Michael Habets, maar ook voor alle andere ondernemers met een standplaats in de gemeente, is het dus voorlopig onzeker of ze na dit jaar nog steeds hun verkoopplek kunnen behouden. Als goed ondernemer heeft Michael er al een beetje op ingespeeld. Naast zijn verkooppunt in Nootdorp is hij begonnen met een online bloemenhandel, die tot in de ruime omgeving bloemen thuisbezorgt en waar je ook een abonnement kunt nemen op de geregelde aanlevering van een verse bos.

Hoewel hij ook zegt: “Bloemen online bestellen is niet zoals het zou moeten zijn. Je wilt ze eigenlijk toch gewoon zien voor je ze koopt?” Voorlopig kan dat dus nog bij zijn verkoopwagen in Nootdorp.

Habets verkoopt aan een van zijn vele vaste klanten een mooie bos, vanmorgen vers ingekocht. “Ik wil alleen maar goed spul en anders niet.”

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *